Berekenen van Christelijke Feestdagen
Dit geldt vanaf de invoering van de Gregoriaanse kalender vanaf 15 october 1582.
Berekenen feestdagen  ] [  Een korte uitleg  ] [  Het liturgische jaar  ] [  Liturgische kleuren  ] [  Externe link  ]
 
Christelijke feestdagen voor:    
: Aswoensdag (begin van de Vasten periode)
: Eerste volle maan in de lente (basis voor berekenen van Pasen)
: Eerste Paasdag
: Hemelvaart
: Pinksteren
: Eerste zondag van de Advent (begin kerkelijk jaar)
: Eerste Kerstdag
: Opmerking
  
: Gulden getal (1 als nieuwe maan op 1 januari valt)
: Epacta (ouderdom van de maan op 1 januari)

De berekening is gebaseerd op diverse voorbeelden die via internet te vinden zijn. Ik kan geen enkele garantie geven dat het in alle gevallen goed werkt.
 

 

    Uitleg in het kort:
  • Aswoensdag is het begin van de Vasten (40-dagen-tijd) dus 40 dagen vóór Pasen. (Het weekeinde daarvoor begint Carnaval dat kan doorgaan tot dinsdagavond rond middernacht.)
  • Palmzondag of PalmPasen (intocht in Jerusalem) is de zondag vóór Pasen.
  • Witte Donderdag (instelling Laatste Avondmaal) is de laatste donderdag vóór Pasen.
  • Goede Vrijdag (kruisiging) is de laatste vrijdag vóór Pasen.
  • Eerste Paasdag (opstanding) valt op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente, dus na de eerste volle maan na 21 maart.
  • Tweede Paasdag altijd op de maandag daarna.
  • Hemelvaart valt 40 dagen ná Pasen, altijd op een donderdag.
  • Pinksteren (ontvangst van de Heilige Geest) komt daar weer 10 dagen op volgend. Dit is altijd een zondag.
  • Tweede Pinksterdag valt altijd op de maandag daarna.
  • Allerheiligen wordt op 1 november gevierd.
  • Allerzielen wordt op 2 november herdacht.
  • Het begin van het kerkelijk jaar is de eerste zondag (tussen 27/11 en 3/12) van de Advent. Advent is de periode van vier zondagen vóór Eerste Kerstdag tot de avond voor Kerst.
  • Kerst (geboorte van Jezus) valt altijd op 25 december.
  • Tweede Kerstdag altijd op 26 december.
  • Er is een theorie dat het nieuwe kalenderjaar begint bij de besnijdenis van Jezus. In de joodse traditie wordt een mannelijk kind op de achtste dag besneden. In de romeinse telling van dagen worden de eerste en de laatste dag beiden meegeteld. Dan zou 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31 december, 1 januari de achtste dag zijn. Het nieuwe jaar begint dus op 1 januari.

 

Het liturgische jaar:
Zoals er een kalenderjaar of een schooljaar is, zo kent de katholieke kerk het kerkelijk of liturgische jaar. In de loop van een jaar wordt in de liturgie alles wat God voor de mensen heeft gedaan, herdacht en/of gevierd.
 
Er zijn drie periodes te onderscheiden in een liturgisch jaar. De Kerstkring aan het begin van het jaar en de Paaskring die daar later op volgt zijn sterke (ge)tijden. De tussenliggende periodes zijn bekend als 'Tijd door het jaar'.
 
In de liturgische kalender worden A, B en C-jaren onderscheiden. Na het Tweede Vaticaans Concilie is deze lezingencyclus van drie jaren ingesteld voor de weekeinden en feestdagen. Feitelijk gaat het hier om de lezingen van de zondag. Hierdoor werd het mogelijk een groter deel van de Heilige Schrift te lezen in de kerkdiensten/vieringen. Er wordt voor het evangelie achtereenvolgens gelezen uit Mattheus (A-jaren), Marcus (B-jaren) en Lucas (C-jaren).
Het liturgische jaar begint bij de Advent, maar werkt met de nummering van het daaropvolgende kalenderjaar. C-jaren zijn door drie deelbaar.
 
Voor de rest van de dagen van de week is een tweejaarlijks lezingenschema gemaakt, verdeelt over even en oneven jaren. Dit geldt alleen voor de eerste lezing buiten de sterke tijden. Voor alle evangelielezingen en voor alle eerste lezingen in de sterke tijden geldt een eenjaarlijkse cyclus.

 

Liturgische kleuren:
In de kerken worden soms de kleuren van het kerkelijk jaar gebruikt in de vorm van linten in de bijbel of een antependium (voorhangsel aan lezenaar of preekstoel). Ook dragen voorgangers soms een stola over hun toga. De kleuren zijn geen vrijblijvende versiering, maar duiden op de verschillende tijden in het jaar.
 
KleurPeriodeVerklaring
Paars Advent Soberheid, inkeer, wanhoop. De dofheid van de kleur is een teken van rouw en boete. Eerst werd paars alleen gebruikt in de veertigdagentijd, later ook in de Adventstijd.
Rose 3e zondag van Advent Het paars licht op deze vreugde-zondag op tot roze.
Wit Kerstfeest tot en met de zondag na Epifanie (6 januari) Zuiverheid. Gebruikt op de feesten die te maken hebben met nieuwheid en verlossing; Pasen en Kerst.
Groen Zondagen na kersttijd tot aswoensdag Groei en aarde. Groen drukt de verwachting uit : Eens komt de grote zomer.
Paars Veertigdagentijd  
Wit Pasen tot en met de zondag na Hemelvaart.  
Rood Pinksteren Rood wordt verbonden met het vuur van de geest. Het is de kleur van Pinksteren en sommige heiligenfeesten.
Groen Zondagen na Pinksteren tot Advent  

Of op een andere manier uitgelegd:
De kleuren staan voor de liturgische kleuren die op die dag gebruikt mogen worden. Deze zijn als volgt:
  • Wit: (albus)
  • - tijdens de Paastijd en de Kersttijd; op alle feestdagen rond Jezus Christus die geen verband houden met zijn lijden; op feestdagen van de Maagd Maria (moeder van Jezus); feesten van de Engelen; alle feesten van heilige die geen martelaar zijn; Allerheiligen (1 november); en op de feesten van Johannes de Doper (24 juni), Johannes de evangelist (27 december), de Stoel van de Petrus (22 februari) en de bekering van de Apostel Paulus (25 januari).
  • Rood: (ruber)
  • - op Palmzondag; Goede Vrijdag; Pinksterzondag; op feestdagen rond het lijden van Jezus Christus; op feesten van de Apostelen, de Evangelisten en martelaren.
  • Paars: (violaceus)
  • - tijdens de adventstijd en de vastentijd oftewel veertigdagentijd (de 40 dagen vr Pasen). Paars kan ook gebruikt worden in de missen en officies voor de overledenen.
  • Groen: (viridis)
  • - op alle dagen van het jaar waar geen andere kleur is voorgeschreven. Zij is voorgeschreven op alle zondagen door het jaar, die elders ook wel bekend staan als de zondagen na Pinksteren. Groen is derhalve een prominente liturgische kleur.

Of weer anders:
In 1570 werd door paus Pius V bij de herziening van het missaal het gebruik van de liturgische kleuren vastgesteld. Het zijn de volgende:
  • Wit: (albus)
  • - als kleur van het hemelse en zuivere tijdens de Paastijd en de Kersttijd; op alle feestdagen rond Jezus Christus die geen verband houden met zijn lijden; op feestdagen van de Maagd Maria; feesten van de Engelen; alle feesten van heiligen die geen martelaar zijn; Allerheiligen (1 november); en op de feesten van Johannes de Doper (24 juni), Johannes de evangelist (27 december), de Stoel van de Petrus (22 februari) en de bekering van de Apostel Paulus (25 januari).
    Goudbrokaat mag deze kleur, maar ook groen en rood vervangen!
  • Rood: (ruber)
  • - als kleur van de liefde en het leven (bloed) op Palmzondag; Goede Vrijdag; Pinksterzondag; op feestdagen rond het lijden van Jezus Christus; op feesten van de Apostelen, de Evangelisten en martelaren.
    Ook de kardinalen dragen rood, als teken dat ze als prinsen der Kerk bereid zijn desnoods voor het geloof hun leven te geven.
  • Groen: (viridis)
  • - als kleur van groei en hoop op alle dagen van het jaar waar geen andere kleur is voorgeschreven. Zij is voorgeschreven op alle zondagen van de Tijd door het jaar. De Tijd door het jaar begint na het feest van het Doopsel van de Heer tot de dinsdag voor Aswoensdag, en begint opnieuw op de maandag na Pinksteren tot de zaterdag voor de Advent. Groen is derhalve een prominente liturgische kleur.
  • Paars: (violaceus)
  • - als kleur van bezinning en ingetogenheid tijdens de adventstijd en de vastentijd oftewel veertigdagentijd (de 40 dagen vóór Pasen). Paars kan ook gebruikt worden in de missen en officies voor de overledenen.
    Bisschoppen dragen ook paars in hun toog.
  • Zwart: (niger)
  • - als kleur waar geen kleur inzit, teken van het donkere en duistere, mag, daar waar dat gebruikelijk is, gedragen worden in missen voor de overledenen.
    Vanouds is zwart ook de kleur van de priestertoog
  • Roze: (rosaceus)
  • - als verzachting van het paars en gedempte vreugde mag op zondag Gaudete (derde zondag van de Advent) en zondag Laetare (vierde zondag van de vastentijd) gedragen worden waar dit gebruikelijk is.
Er schijnen in de Middeleeuwen nog meer kleuren gebruikt te zijn zoals blauw voor Mariafeesten.
In de Oosterse kerken kent men in het algemeen geen bindende voorschriften voor het gebruik van de kleuren. Met Pasen en op andere hoogfeesten des Heren worden echter witte gewaden gedragen.
Op boetedagen is in de kerken van de Byzantijnse ritus de rode kleur gebruikelijk!

 

Externe link naar actuele gegevens voor de komende weken:
Katholiek Nederland RK Kerk Liturgie Kalender
(Klik op een dag voor de lezingen van die dag)